23 januari 2009Sluit venster
Commissie zet Europese supercomputers op het pad naar duurzame energiebronnen
Brussel - Samenwerking tussen onderzoekers op het gebied van nieuwe duurzame energiebronnen met een enorm potentieel en de Europese centra voor supercomputers belooft de werkzaamheden te versnellen met behulp waarvan in de energiebehoeften van de planeet zou kunnen worden voorzien. Vandaag kondigde de Europese Commissie aan dat zij wetenschappers in heel Europa die werken aan kernfusie, waarbij energie wordt benut die vrijkomt bij reacties die gelijkaardig zijn aan die welke voor zonnewarmte zorgen, speciale toegang zal verlenen tot het netwerk van de meest krachtige nationale supercomputers in Europa (DEISA). Op deze wijze kunnen zij ingewikkelde onderdelen van hun werkzaamheden, zoals simulatie van de werking van een kernreactor, uitvoeren.

Om de enorme hoeveelheden gegevens en de berekeningscapaciteit van Europese supercomputers gemeenschappelijk te kunnen benutten, heeft de Europese Unie (EU) voor de periode 2004-2011 26 miljoen euro uitgetrokken voor DEISA, een Europees verbond van hoogwaardige computerdiensten in Europa, dat gebruik maakt van het Europese GEANT, (MEMO/08/133), het grootste computernetwerk ter wereld.

De wetenschappers maken deel uit van een bestaand internationaal onderzoeksproject, ITER (Latijnse term voor het woord 'weg'), dat het potentieel wil aantonen van fusie-energie als schone, veilige en duurzame energiebron. Mogelijke bronnen van fusie zijn overal beschikbaar en een gram brandstof zou evenveel energie kunnen produceren als 11 ton steenkool. De Commissie wil de onderzoekers toegang verlenen tot de faciliteiten van de Europese supercomputercentra om bij te dragen aan het werk van ITER, het internationale proefproject op het gebied van kernfusie dat in Frankrijk wordt opgezet.

Wetenschappers trachten het enorme met kernfusie verbonden energiepotentieel te ontsluiten om te kunnen voorzien in de energiebehoeften van de planeet. Aan ITER, het internationale project dat de wetenschappelijke en technische haalbaarheid van kernfusie-energie wil aantonen, werken wetenschappers uit 25 Europese landen en uit de hele wereld mee en het project wordt gebouwd in Frankrijk (Cadarache, Zuid-Frankrijk).

Vandaag maakte de Commissie bekend dat zij deze wetenschappers toegang zal verschaffen tot DEISA (Distributed European Infrastructure for Supercomputing Applications), het Europese consortium van geavanceerde supercomputercentra dat hen fundamentele supercomputerdiensten zal verschaffen en steun voor met kernfusie verbonden simulaties. Supercomputersimulaties spelen een cruciale rol bij het ontwerp van kernfusiecentrales en zorgen voor optimale resultaten bij de latere exploitatie van die centrales.

In het kader van DEISA zijn momenteel 12 van de 100 meest krachtige supercomputers ter wereld in bedrijf die de meest vooraanstaande wetenschappers in Europa een krachtige, eenvormige en eenvoudig te gebruiken supercomputeromgeving bieden.

Het onderzoeksprogramma van de Europese Commissie heeft maatregelen gefinancierd om de beste Europese onderzoeksinfrastructuur optimaal te benutten, pan-Europese belangstelling in onderzoekskringen op te wekken om nieuwe onderzoeksinfrastructuur te ondersteunen en de industrie te helpen haar kennisbasis en technologische know-how te verbeteren.

De Europese Commissie heeft in het kader van onderzoeksprogramma's voor de periodes 2002-2006 en 2007-2013 in totaal 26 miljoen euro steun toegekend aan het DEISA-project. DEISA is een consortium van vooraanstaande nationale supercomputercentra in Europa dat computerwetenschappen op het gebied van supercomputers wil bevorderen. Het consortium heeft de beschikking over een complexe geavanceerde Europese computerinfrastructuur. Meer dan 160 Europese onderzoeksinstellingen en universiteiten (en andere in Noord- en Zuid-Amerika, Azië en Australië) maken gebruik van DEISA.

ITER is een gezamenlijk internationaal onderzoeksproject dat de wetenschappelijke en technische rentabiliteit van fusie-energie wil aantonen. Deelnemers aan het project zijn de Europese Unie (vertegenwoordigd door EURATOM), Japan, China, India, de Republiek Korea, Rusland en de VS. Europa heeft de leiding over het project en draagt bijna de helft bij van de totale middelen, zowel personele als financiële.

http://cordis.europa.eu/fp7/ict/e-infrastructure/home_en.html
Sluit venster