22 oktober 2015Sluit venster
Netwerksessie van e-IRG/ESFRI tijdens ICT2015 in Lissabon geeft richting aan voor het globale onderzoeks- en e-infrastructuur landschap van de toekomst
Lissabon - De netwerksessie over "Policy Aspects of Research- and e-Infrastructures of Global Scale" die gezamenlijk georganiseerd werd door e-IRG en ESFRI tijdens het ICT2015 event in Lissabon op 22 oktober 2015 telde zo'n 35 deelnemers. De sessie bestond uit zes korte presentaties van telkens 5 minuten gevolgd door een interactief debat. Fotis Karayannis van e-IRGSP4 en Str-ESFRI gaf een inleiding over de aanleiding voor het organiseren van de sessie en over de doelstellingen. Voor grote Onderzoeksinfrastructuren (RIs) is het noodzakelijk om samen te werken op internationaal niveau omwille van de complexiteit, de ingewikkelde constructie en de beheerskosten of de globale aard van de uitdagingen die aangepakt dienen te worden. De doelstellingen van de sessie bestonden erin om de meest recente beleidsaspecten in RIs en e-Infrastructuren naar voren te brengen met de nadruk op gemeenschappelijke kwesties zoals de toegang tot gegevens en erover van gedachten te wisselen.

Yannis Ioannidis van het ATHENA Onderzoekscentrum en de Universiteit van Athene, en tevens ESFRI vertegenwoordiger, stelde de conclusies over de vereisten voor van ICRI 2014, de Internationale Conferentie over Onderzoeksinfrastructuren. ICRI 2014 werd georganiseerd door de Europese Commissie en het Griekse voorzitterschap van de EU in Athene van 2 tot en met 4 april 2014. Er waren 763 deelnemers uit 60 landen. De vereisten gelden voor RIs op wereldschaal en open toegang tot gegevens. Dit laatste houdt toegang, (her)gebruik voor nu en in de toekomst in, alsmede toegankelijkheid, verstaanbaarheid, mogelijkheid tot evaluatie en revisie; ontwikkeling van gegevensnetwerken; training en vrije mobiliteit van personeel; veiligheid en privacy; en een balans tussen openbare en commerciele belangen.

Dit betekent een sterke aanmoediging voor samenwerking op wereldschaal tussen de RIs; coordinatie met ESFRI en de Groep van Senior Officials (GSO) met het kaderwerk van onderzoeksinfrastructuren op wereldschaal (GRI) dat door alle belanghebbende landen onderschreven werd; een akkoord over de GRI doelstellingen via de internationale roadmap, een beslissingsprocedure en wettelijk raamwerk, de mogelijkheid voor ieder land om eigen beslissingen te maken en over conflictresolutie te beschikken, technologische integratie via innovatie van partnerschappen met het bedrijfsleven; en een duurzame subsidie via bedrijfsmodellen en financiele ondersteuning op lange termijn.

ICRI 2016 vindt plaats in Kaapstad, Zuid Afrika tussen 3 en 5 oktober 2016 en zal gaan over GRIs als essentiele hubs voor vernieuwing en grote uitdagingen, de ontwikkeling en duurzaamheid van RIs, zowel op wereldniveau als regionaal, en de weg naar een internationale roadmap.

Juan Bicarregui van STFC en RDA sprak over de GSO activiteiten en het rapport. De Groep van Senior Officials (GSO) over GRIs werd opgericht in 2008 tijdens de G8 Meeting van ministers in Okinawa om een niet-bindend open forum te bieden voor beleidsuitwisselingen over GRIs, om de internationale samenwerking te verbeteren, om informatie te delen over bestaande en geplande nieuwe RIs en om principes vast te stellen voor de ontwikkeling van nieuwe partnerschappen en samenwerkingen. Het GSO mandaat werd hernieuwd in 2013 tijdens de G8 Meeting in Londen waar uitdagingen op wereldschaal, GRIs en open wetenschappelijke onderzoeksgegevens werden besproken. Daar kwam men tot de conclusie dat wetenschappelijk onderzoek openbaar moet zijn.

Het GSO rapport kwam uit in oktober 2015, net voor de netwerksessie. Het beschrijft achtereenvolgens de mandaten uitgereikt door de G8 ministers, een kaderwerk voor RIs van wereldbelang, het landschap van deze RIs, beleidsgebieden, nieuwe initiatieven relevant voor GSO (zijnde RDA), en toekomstige acties voor de GSO, zoals nieuwe samenwerkingen en case studies. Een lijst van 48 GRIs zit als annex bij het rapport.

De GSO heeft een aantal sub-werkgroepen opgericht om de volgende beleidsdomeinen aan te pakken: het promoten van toegang tot RIs, toegang tot gegevens en gegevensbeheer, het harmoniseren van evaluatiecriteria en prioretiseringsprocessen, life cycle kwesties, en een wettelijk raamwerk voor GRIs.

De G7 meeting van ministers in Berlijn in oktober 2015 stelde met betrekking tot GRIs dat "verdere vooruitgang over het delen en beheren van wetenschappelijke gegevens en informatie dient bereikt te worden, vooral door een voortdurend engagement met de gemeenschapsactiviteiten zoals de Research Data Alliance (RDA)" en dat "de GSO aangemoedigd werd om hun werk verder te zetten met betrekking tot convergentie en harmonisering van interoperabel gegevensbeheer waardoor een effectief een wetenschappelijke omgeving van open gegevens ontstaat op het G7 niveau en verder".

In zijn tweede presentatie verduidelijkte Yannis Ioannidis dat in mei 2015 de Competitiveness Council een mandaat aan ESFRI heeft verleend om mechanismen te verkennen voor betere coordinatie van investeringsstrategieen van lidstaten in e-Infrastructuren die ook HPC bevatten. Aangezien e-IRG bestaat uit experten in e-Infrastructuren heeft ESFRI e-IRG uitgenodigd om deel te nemen aan deze opdracht die tijdens de volgende 12 maanden zal uitgevoerd worden. Een werkgroep zal worden gevormd en verwacht wordt dat de e-IRG voorzitter daarin een vooraanstaande rol zal spelen. Belangrijk is dat de werkgroep aandacht zal besteden aan de investeringsstratetie, en niet de technologische strategie. De uitslag zou van invloed kunnen zijn voor Europa als geheel maar ook voor de individuele lidstaten die mogelijk hun strategie zullen moeten wijzigen.

Arjen van Rijn van NIKHEF en e-IRG besprak de e-Infrastructuur Commons visie van de e-IRG die beschreven staat in de e-IRG White Paper van 2013. Het is een ecosysteem van ICT diensten voor wetenschapplijk onderzoek waar gebruikers de vrijheid genieten om de diensten te kiezen die ze nodig hebben vanuit een mix van openbare e-Infrastructuur en commerciele diensten; waar leveranciers de vrijheid hebben om te innoveren en die bekomen wordt door een gezamenlijke strategische inspanning tussen gebruikers en vooraanstaande strategische actoren en leveranciers.

Arjen van Rijn stelde de aanbevelingen voor voor de verschillende strategische actoren. Internationale gebruikersgroepen zoals ESFRI en andere RIs dienen hun e-infrastructuur strategie te bepalen. International e-Infrastructuur organisaties moeten de handen in elkaar slaan. Nationale regeringen en subsidiekanalen moeten een innovatieve en duurzame nationale e-infrastructuur ondersteunen, alsmede gebruikersgemeenschappen bekrachtigen en ondersteunen. De Europese Commissie dient innovatie aan te moedigen en te bevorderen, en internationale gebruikersgroepen te bekrachtigen. De bestaande leveranciers van e-Infrastructuur zullen dienen te vernieuwen om te overleven.

Tot slot nodigde Arjen van Rijn het publiek uit om deel te nemen aan het debat over de vooruitgang van de e-Infrastructuur Commons tijdens de e-IRG workshop in Luxemburg tussen 24 en 25 november 2015 en in Amsterdam tussen 9 en 10 maart 2016. Deze laatste workshop vindt plaats op het ogenblik van de lancering van de ESFRI 2016 Roadmap.

De laatste presentatie kwam van Rosette Vandenbroucke van de VUB en e-IRG over het Europese Charter voor Toegang tot Onderzoeksinfrastructuren. Dit document van de Europese Commissie bepaalt principes en richtlijnen die gebruikt worden als referentie voor het bepalen van toegangsregels en voorwaarden tot toegang tot de RIs. Het documenten heeft nochtans geen wettelijk bindende kracht. De belanghebbenden die betrokken waren bij de opstelling van het Charter waren, naast de EC, e-IRG, ESFRI, EARTO, LERU, CESAER, EUA, Nordforsk, en Science Europe.

Rosette Vandenbroucke verduidelijkte de procedure die gevolgd werd door de EC, ESFRI en e-IRG om het Charter op te stellen tijdens meerdere sessie met alle belanghebbenden. Ze besloot met het citeren van de lessen die eruit getrokken werden. Positieve aspecten waren dat de definitie van het Charter erg goed ontvangen werd dankzij de samenwerking tussen de belanghebbenden, dat het Charter geschreven werd door een selecte groep van drie, en dat de consultatie in verschillende fasen goed werkte. Negatieve aspecten waren dat het moeilijk is en veel tijd vergt om volledige consensus te bereiken en dat het gevaar bestaat dat de inhoud te algemeen wordt. Het Charter is een Europees Charter maar het is ook toepasbaar voor RIs op wereldschaal.

Marcin Ostasz van BSC en e-IRGSP4 modereerde het interactieve gedeelte van de netwerksessie. Samengevat kwamen de deelnemers tot de conclusie dat de grens tussen RIs en e-Infrastructuren aan het vervagen is. Er zijn opportuniteiten voor RIs die aan het rijpen zijn. In de komende jaren zullen ongetwijfeld nieuwe beleidsstructuren ontstaan die zorgvuldig moeten beheerd worden. Duurzaamheid is belangrijk. Voor de consolidering van beleidslijenen moet de focus liggen op e-Infrastructuren maar er zullen ook links zijn met de nieuwe Centra van Excellence. Men ging akkoord dat de nieuwe werkgroep ook zal rapporteren aan het Digitale ERA Forum. Belangrijke sleutelwoorden zijn vertrouwen en het omgaan met de wettelijkheid maar workflows zijn eveneens van belang voor onderzoekers. Plannen om discussies over beleidslijnen voor toegang tot de privesector in te sluiten werden aangekaart in het Charter voor Toegang, in een e-IRG White Paper en in een rapport van de E-IRG Task Force voor wettelijke kwesties. In de praktijk is het nochtans niet eenvoudig en eigenlijk dient het op Europese niveau aangepakt te worden. Het kan gebruikt worden tijdens de e-IRG workshop in Amsterdam. Tot slot was men van mening dat de beweging voor openbare wetenschap een zaak van wereldniveau is aangezien het aangekaart wordt door RDA en ook door andere groepen in de US en de Europese Unie.

Meer informatie vindt u in het volledige rapport van de ICT2015 netwerksessie.
http://primeurmagazine.com/weekly/AE-PR-01-16-12.html
Sluit venster