09 maart 2016Sluit venster
Rene Belso pleit ervoor dat georganiseerde topwetenschappers hun zeg hebben over e-Infrastructuur subsidies
Amsterdam - Tijdens de e-IRG Workshop in Amsterdam spraken we met Rene Belso, Hoofd van Ontwikkeling en Internationale Relaties bij de Deense e-Infrastructuur Cooperatie (DeIC) over de toekomst van e-Infrastructuren. Rene Belso legde uit dat men zich moet aanpassen aan de veranderende structurele setting voor de infrastructuurleveranciers. Enkele dynamische elementen worden meer en meer evident. De doorsnee onderzoekers bijvoorbeeld, die buiten het rijk van de meer fundamentele harde wetenschap werken, zijn behoorlijk tevreden met wat de commerciele markt kan aanbieden. Zij verhuizen naar Dropbox, naar de Amazon compute Cloud enz. Zij zijn tevreden met een goede gebruikersinterface en een betrouwbare service. Natuurlijk zien ze hier nooit of uiterst zelden de rekening voor. Maar ze houden van deze oplossingen die ze kunnen krijgen op de privemarkt. Uiteraard zijn er problemen met veiligheid en controle over eigenaarschap maar toch houdt dit hen niet tegen. Dit is een ontwikkeling die wellicht van blijvende aard is.

Anderzijds, beginnen meer en meer toponderzoekers vanuit de hoge energie fysica bijvoorbeeld, om hun wetenschap op zeer sterke wijze georganiseerd te krijgen op mondiaal niveau. Ze vormen gemeenschappen die ook veel financiele middelen aantrekken. Zo worden de ESFRI projecten gefinancierd op een niveau buiten het bereik van veel van de nationale infrastructuuraanbieders. Natuurlijk weten ze blijkbaar duidelijk wat ze aan het doen zijn. Ze kennen hun infrastructuur en bouwen haar gewoon zelf. Het gevolg hiervan is dat de nationale infrastructuuraanbieder zijn rol lijkt te verliezen en zijn bestaansreden. Hij moet zich herorienteren om het op een nieuwe manier te doen. Het debat gaat momenteel hierover: Zijn dit eigenlijk de feiten? Is dit hoe het is? Sommigen zijn het ermee eens en sommigen niet. Maar als men het ermee eens, wat doet men er dan aan?

Wat men zou kunnen doen, is vragen waarom het is zoals het is? Waarom wenden een aantal onderzoekers zich tot Dropbox en Amazon? Dit is omdat het werkt, het is beter, met andere woorden: het is een probleem van kwaliteit en competentie van de nationale infrastructuuraanbieders. Hoe zit het met de grote ESFRI-achtige projecten? Als je met hen wil samenwerken, moet je bruikbaar zijn. Men moet hen iets aanbieden dat waarderen. Dat gebeurt nu blijkbaar niet echt. Dus nogmaals, bekwaamheid is essentieel: goed worden in wat je doet en dat past perfect in dit e-Science debat, waarin men meer en meer erkent dat we deze mensen die echt goed zijn in het begrijpen van deze e-infrastructuren nodig hebben en het beschouwen als een toegewijde wetenschappelijke oefening zonder te spreken over een willekeurige universiteit die iemand vlug te hulp schiet. We spreken over iemand die een postdoc professional is, een heel wetenschapsgebied, dat ontwikkeld is in deze infrastructuren. Dit moet evolueren. Wat er ook moet evolueren, is het bedrijfsmodel, de financieringsstructuur. Je kunt niet verwachten dat wetenschappers om hun eigen financiering gebruiken om een algemene infrastructuur te betalen. Dat zou onredelijk zijn. Er moet een ander financieringsmodel komen.

Er moet een antwoord komen over wat te doen met de Dropbox en Amazon kwestie. Eerst en vooral moet men gewoon stoppen om proberen te concurreren met hen. Het is belachelijk dat een universiteit probeert zijn eigen Dropbox te maken en zichzelf voor schut zet. Meestal is het een verspilling van tijd, maar dat betekent niet dat je het helemaal moet opgeven. Je zou kunnen samenwerken en add-ons maken. Het standaardprobleem van de Dropbox is bijvoorbeeld dat je de controle over je gegevens dreigt te verliezen, je kunt er niet zeker van zijn dat je ze eigenlijk wel hebt, en je weet niet waar anderen de gegevens voor zouden kunnen gebruiken. End-to-end encryptie zou een oplossing kunnen zijn. Dat zou een manier kunnen zijn om samen te werken.

De e-Infrastructuur Reflectiegroep heeft iets in de pijplijn dat de e-Infrastructuur Commons wordt genoemd. Aan de andere kant kijkt de Europese Commissie naar de European Science Cloud: zijn deze dingen min of meer vergelijkbaar, wilden we weten van Rene Belso.

Allereerst zijn alle details van de European Science Cloud nog niet openbaar, antwoordde hij. Het beeld begint duidelijk te worden. Hoe meer Rene Belso ervan te weten komt door middel van de documenten waar hij toegang tot heeft, hoe meer hij denkt dat beide concepten hetzelfde zijn. De fundamentele rationale is hetzelfde. Men wil zonder veel gedoe toegang tot de tools en infrastructuurtypes die men nodig heeft. Wetenschappers moeten hun gegevens kunnen opslaan en verplaatsen. Wetenschap heeft in principe dezelfde tools nodig, sommige op een eenvoudig niveau, andere op een hoger niveau, maar toch gaat het om hetzelfde. Wat men wil, is een soort basisvoorziening zonder zich zorgen hoeven te maken over hoe men dit gaat betalen, over hoe men toegang kan krijgen, over het weten wie de baas is. Een onderzoeker wil hier niet mee worden lastig gevallen.

Het kernprobleem is de financiering van dit alles. De geldstromen ondersteunen de ontwikkelingen maar ze verstoren ook de ontwikkelingen. Afhankelijk van hoe het geld beweegt, kan men verschillende dingen creeren maar ook vernietigen. Men kan dingen opbouwen maar ook blokkeren. Er is een discussie aan de gang dat er iets mis zou zijn met de financieringsstructuur. Rene Belso's suggestie zou zijn om zich een beetje meer te richten op de onderzoekers. Als deze zich kunnen organiseren, kan men hun de financiering en de beslissingsbevoegdheid toevertrouwen over welke infrastructuur de financiering krijgt: hoe, wanneer en waarom. Uiteraard kun je niet verwachten van een taalkundige of een theoloog dat ze dit helemaal zelfstandig doen, maar men zou aan de grote infrastructuurprojecten die reeds bestaan, kunnen vragen, zoals de ESFRI-projecten, die worden bestuurd en gedomineerd door wetenschappers, om een organisatie te vormen die in de eerste plaats de strategische agenda controleert, maar ook de financiering.

Als de wetenschappers op een goed georganiseerd en hoog niveau de financiering zouden regelen, zou dat een zeer vruchtbare situatie doen ontstaan voor de ontwikkeling van een infrastructuur. De rest van de wetenschap zou niet worden meegenomen in dit scenario. Dat is niet hun focus. Uit deze discussie binnen deze ESFRI types van projecten - aardewetenschappers die praten met hoge energie fysica wetenschappers, met computationele chemici enzovoort - zal zich geleidelijk een generieke laag beginnen te tonen. Als dit wordt aangepakt en opgelost, zal het een trickle-down effect op iedereen hebben. De rest kan gewoon gebruik maken van de Google en Apple tools.

Als er nog noden overblijven, dan is dit een zaak voor de infrastructuuraanbieder. Die heeft in ieder geval wat te doen, omdat ESFRI de infrastructuuraanbieder opnieuw gaat uitvinden. Zelfs buiten het normale bereik, is er zeker behoefte aan een algemene infrastructuuraanbieder.

http://primeurmagazine.com/weekly/AE-PR-06-16-18.html
Sluit venster