11 maart 2016Sluit venster
e-IRG en ESFRI voorzitters Sverker Holmgren, John Womersley en Giorgio Rossi zetten tulpenboompje op over wederzijdse samenwerking
Amsterdam - Ter gelegenheid van de gezamenlijke e-IRG/ESFRI bijeenkomst in Amsterdam op 11 maart 2016 spraken we met Sverker Holmgren, e-IRG voorzitter; John Womersley, huidige ESFRI voorzitter; en Giorgio Rossi, de huidige vice-president en toekomstige voorzitter van ESFRI. Ze waren alle drie aandachtige getuigen bij de verschillende events in Amsterdam in maart jongstleden rond het thema van e-infrastructuren en onderzoeksinfrastructuren, zoals de e-IRG Open Workshop, de ESFRI experience workshop en het ESFRI roadmap lanceringsevent. Sverker Holmgren van e-IRG legde uit wat e-infrastructuren inhouden. Zij vormen de ICT resources die nodig zijn om aan moderne wetenschap te doen, varierend van netwerkconnectiviteit via gedistribueerde computing, data-diensten, data-opslag en high-performance computing. e-Infrastructuren zijn een reeks diensten voor het beoefenen van wetenschap. ESFRI-voorzitter John Womersley ging in op onderzoeksinfrastructuren. Een onderzoeksinfrastructuur is de inrichting, apparatuur of kapitaalinvestering die wetenschappers nodig hebben om het beste uit hun onderzoekscapaciteiten te krijgen. ESFRI heeft een specifieke verantwoordelijkheid voor een samenhangende strategie-geleide aanpak van de grote onderzoeksfaciliteiten die een pan-Europese investering en bundeling van middelen tussen alle Europese landen vereisen om wetenschap op topniveau te leveren.

ESFRI-ondervoorzitter Giorgio Rossi vertelde dat ESFRI een geschiedenis heeft van bijna 15 jaar, die begon in 2006 met de eerste roadmap die infrastructuren identificeerde die werden beschouwd als strategisch voor het vormgeven van de Europese onderzoeksruimte en het organiseren van geavanceerd onderzoek in Europa. Sommige van deze vroege projecten zijn uitgegroeid tot volledig functionerende en goed presterende onderzoeksinfrastructuren. Daarvoor hebben ze ervaring opgedaan in alle aspecten die betrekking hebben op dit traject. Deze aspecten zijn uiteraard van wetenschappelijke en technische aard, maar ook van financiele en organisatorische aard. Zij omvatten het type van beleid, de aard van de rechtszekerheid die een infrastructuur op een gegeven moment op zich moet nemen. Deze ervaringen worden meegenomen in meer recente projecten.

De afgelopen workshop betrok de nieuwe projecten van de nieuwe ESFRI roadmap 2016 als ervaringen die kunnen leiden naar een betere en hogere efficientiestap naar uitvoering door de nieuwe projecten. Dit is iets dat heel goed werkt binnen de ESFRI gemeenschap. Er is een uitwisseling van ervaringen; er is wederzijdse hulp bij het vormgeven van het totale infrastructuursysteem. De infrastructuren communiceren veel met elkaar en dat heeft veel te maken met hun e-infrastructuur gedeelte.

Met betrekking tot de e-IRG Workshop zei Sverker Holmgren dat die was gericht op de ontwikkeling van de huidige staat en toekomstige invulling van het concept van de e-infrastructuur Commons, iets wat e-IRG de laatste jaren heeft ontwikkeld. Het idee is om een geintegreerd en coherent landschap te verstrekken van de e-infrastructuurdiensten en zo een e-infrastructuur aan te leveren voor de ESFRI-projecten, maar ook voor andere onderzoeksinfrastructuren en onderzoek in het algemeen in Europa. De workshop als zodanig was een stap vooruit in de richting van de creatie van deze e-Infrastructuur Commons.

John Womersley had het uitgebreid over de lancering van de nieuwe update van de ESFRI roadmap, die in het Trippenhuis in Amsterdam werd gepresenteerd op 10 maart 2016. Dit is officieel een strategierapport over onderzoeksinfrastructuren. De roadmap beschrijft 21 nieuwe projecten die nodig zijn om de hoge kwaliteit van het Europese onderzoek te behouden over een zeer breed gebied van activiteiten, van deeltjesfysica en sterrenkunde over erfgoedwetenschap, energie, materiaalwetenschap, tot milieu en life sciences toe. De roadmap beschrijft ook 29 projecten die al in uitvoering zijn en die afkomstig zijn van eerdere versies van de ESFRI roadmap. Er is een gezamenlijke actie van de Europese landen om te investeren in de onderzoekscapaciteit en haar te onderhouden. Dit betekent een zeer grote investering; het vertegenwoordigt een grote bereidheid van de Europese wetenschappelijke gemeenschap om samen te werken.

ESFRI is heel streng en voorzichtig te werk gegaan in zijn prioretisering en selectie van deze nieuwe projecten, zowel aangaande hun wetenschappelijke kwaliteit, hun project management en hun bereidheid om tot uitvoering over te gaan. Dit is een echte maatstaf voor kwaliteit dat ESFRI is geslaagd in het selecteren en toevoegen van nieuwe projecten aan deze roadmap en dat het nu 29 projecten heeft geidentificeerd die in uitvoering zijn en die excellente wetenschap afleveren, op koers voor verdere uitbouw om Europese kwaliteitsnormen voor onderzoek te ondersteunen.

Dit werd goed ontvangen en de wetenschappelijke gemeenschap is een groot voorstander van deze inspanning. Zij ziet de roadmap van ESFRI als een echt teken van steun en als een keurmerk, maar het moet worden benadrukt dat ESFRI niet voorziet in het geld voor deze projecten. Dit hangt af van de steun van de lidstaten en de geassocieerde landen. Men zit rond de tafel binnen ESFRI om te werken met de projecten en hen te helpen bij het veilig stellen van de ondersteuning die ze nodig hebben om constructief te zijn en om werkbaar te blijven voor de toekomst.

De lancering van de ESFRI roadmap was een belangrijke stap voorwaarts, omdat het de eerste roadmap is in zes jaar, de eerste gelegenheid voor nieuwe projecten om te worden geselecteerd. Er waren presentaties van de acht nieuwe projecten die aan de roadmap werden toegevoegd en dat leverde een zeer positieve ontvangst op door de wetenschappelijke gemeenschap.

Een van de feiten in de zes jaar sinds ESFRI de roadmap voor het laatst heeft bijgewerkt, is het groeiende belang van e-infrastructuur. Deze onderzoeksinfrastructuren ontwikkelen, produceren en brengen zeer grote hoeveelheden gegevens bij elkaar. In feite is voor een aantal van hen, op gebieden als milieu-onderzoek, het delen van gegevens echt een toegevoegde waarde aangeleverd door de infrastructuur. Het brengt heel wat sensoren en de nationale onderzoekscapaciteit in 1 grote pool van datasets samen. Omgaan met die gegevens wordt steeds belangrijker. Zelfs de grote faciliteiten voor biowetenschappen en natuurwetenschappen genereren nu evenveel gegevens als extreme projecten zoals CERN 10 jaar geleden deden. We kunnen er niet op vertrouwen dat elk project deze problemen zelfstandig oplost. Dat zou een beetje gek zijn. Zij hebben behoefte aan te sluiten bij een gemeenschappelijke Europese benadering van de behandeling van wetenschappelijke gegevens en dat is precies het probleem dat de e-Infrastructuur Reflectiegroep heeft vastgesteld in zijn Science Commons. ESFRI wil zeer nauw samenwerken om deze ideeen uit te spitten en te beschrijven hoe ze het beste kunnen worden toegepast voor de toekomst.

Sverker Holmgren vertelde over de gezamenlijke bijeenkomst tussen e-IRG en ESFRI, die hij beschreef als een zeer vruchtbare bijeenkomst. Het was de tweede gezamenlijke bijeenkomst die werd georganiseerd in deze constellatie. e-IRG en ESFRI zien gezamenlijk dat deze kwestie van gegevens en e-infrastructuur nu steeds meer en meer aan belang wint voor onderzoeksinfrastructuren en voor onderzoek in het algemeen. Dit wordt gecombineerd met de inspanning van gegevensaanlevering en het aanbieden van open toegang tot deze bronnen. Er waren zeer interessante discussies en men gaat akkoord om deze discussies verder te zetten evenals de verdere samenwerking tussen deze twee groepen. e-IRG en ESFRI zullen bekijken hoe dit in meer concrete details kan ontwikkeld worden in de loop van het komende jaar.

Giorgio Rossi zei dat een van de taken van ESFRI, na de roadmap vorm gegeven te hebben, is om zorg te dragen voor de roadmap, wat betekent dat het toezicht op de goede ontwikkeling van de projecten en de goede prestaties van de meer volwassen projecten die zijn bestempeld als orientatiepunten, grondig moet gebeuren. Een deel van deze controle heeft te maken met het e-infrastructuur aspect daarvan. Dit is vooral van belang voor de rijpe projecten die genoemd zijn als ankerpunten om als voorbeeld te worden getoond aan de andere projecten. Zij kunnen de Commons integreren of bepalen, en misschien zelfs als leiders fungeren in de vormgeving van de Commons en de nieuwe criteria voor de ontwikkeling van gegevensbeheer en de toegang tot de gegevens. En dit mogelijkerwijze door andere gemeenschappen dan degenen die de gegevens bij het begin geproduceerd hebben, en daarom kunnen ze bijdragen tot de volledige ontplooiing van de wetenschap die vanuit onderzoeksinfrastructuren kan worden gegenereerd.

John Womersley lichtte een aantal zeer concrete activiteiten toe die ESFRI heeft geidentificeerd voor verdere samenwerking. ESFRI heeft sterk geprofiteerd van de betrokkenheid van de e-IRG-leden in het ontwikkelen van de roadmap en ESFRI wil hen blijven betrekken bij het toezicht op de projecten bij hun voortgang. ESFRI is erg blij dat e-IRG ESFRI heeft uitgenodigd om zijn kennis bij te dragen aan de actualisering van de eigen strategische roadmap van e-IRG. Ze werken ook zeer nauw samen om te reageren op een mandaat dat ESFRI gekregen heeft van de Europese Raad van Ministers om een meer coherente aanpak te ontwikkelen met betrekking tot investering door de lidstaten in e-infrastructuur. Dit vergt natuurlijk aanzienlijke uitgaven en deze uitgaven moet worden gecoordineerd, dus dit is een sterke basis om nauw samen te werken maar men dient te erkennen dat e-IRG en ESFRI vanuit lichtjes verschillende perspectieven en met verschillende competenties naar de dingen kijken. ESFRI is een forum dat de vertegenwoordigers van de ministeries van de lidstaten samenbrengt met een missie om de investeringen in grote faciliteiten te coordineren, terwijl e-IRG kijkt naar de infrastructuur ten dienste van de hele wetenschap. Er is een grote mate van overlap, maar beide brengen een ander perspectief en door het samenbrengen van deze verschillende perspectieven kunnen beide organisaties veel meer invloed uitoefenen en veel beter op de hoogte zijn.

Sverker Holmgren legde uit dat het werk voor de e-IRG roadmap nu bezig is. Er zijn een aantal conceptversies van delen van de roadmap, maar e-IRG heeft heel wat meer input nodig, vooral als het gaat om de behoeften van de gebruikers. Een deel hiervan bestaat natuurlijk uit de inbreng van ESFRI-onderzoeksinfrastructuren voor projecten om ervoor te zorgen dat e-IRG kan inspelen op deze behoeften in deze discussie. De tijdlijn is dat e-IRG deze roadmap afgerond zou willen hebben in het voorjaar, zodat deze tijdens de zomer of vroege herfst kan worden gepresenteerd.

Giorgio Rossi zei dat er een nieuwe mijlpaal werd bereikt in het streefdoel naar de vormgeving van de Europese onderzoeksruimte als de belangrijke ruggengraat van onderzoeksinfrastructuren. ESFRI heeft de methodologie verfijnd voor het identificeren van de projecten, voor het identificeren in oudere projecten van relevante aspecten en relationele aspecten die veel te maken hebben met het infrastructuur aspect. Nu staat ESFRI op het punt de methodologie te verfijnen voor het toezicht op en de periodieke evaluatie van deze projecten.

ESFRI kijkt uit naar de nieuwe toevoegingen en actualiseringen van de roadmap die de nieuwe criteria volgen die ESFRI heeft aangenomen. Elk project heeft een tijdspanne van tien jaar in de ESFRI roadmap. In die tien jaar moet de uitvoeringsfase bereikt worden. Als het niet lukt, zal het zich moeten herformuleren en zich misschien opnieuw kandidaat stellen, maar ESFRI zal niet aandringen bij projecten die niet in staat lijken tijdig hun nut te bewijzen in de Europese onderzoeksruimte.

John Womersley zei dat Europa zeer goede universiteiten en excellente wetenschappers en onderzoekers heeft, maar ze zullen alleen de impact hebben die we hopen op de samenleving en onze toekomstige concurrentiepositie als zij toegang krijgen tot werkelijk uitstekende onderzoekscapaciteit. Dat hangt af van onderzoeksfaciliteiten zoals die in de ESFRI roadmap. Het hangt ook af van de mogelijkheid om gegevens te verwerken en toegang te hebben tot rekenkracht en netwerkmogelijkheden zoals degene die e-IRG beschrijft. Deze zijn niet alleen belangrijk voor de wetenschappelijke gemeenschap. Ze zijn echt de sleutel tot onze toekomstige welvaart, gezondheid en welzijn als maatschappij.

Sverker Holmgren is het erover eens dat het heel belangrijk is dat deze verandering van werken in de wetenschap plaatsvindt, net omwille van de mogelijkheden van de ICT resources. Het is heel natuurlijk en misschien ook daadwerkelijk nodig dat dit gezamenlijk besproken wordt, bijvoorbeeld door deze twee organisaties.

http://primeurmagazine.com/weekly/AE-PR-05-16-93.html
Sluit venster